COLUMN
Je gedacht zeggen? Dat kan bij ons. Zo vertelt Nic iets over warmte en koude en dan terug warmte …
Soit, lees het vooral even zelf.
Het wordt kouder.
"'t Is weer bijna Kerstmis", blaf ik meestal vanaf midden maart. Wat ben ik een grapjas. Jammer genoeg wordt die uitspraak per dag minder en minder grappig, en meer en meer gebaseerd op staalharde feiten. Soms is het namelijk echt, bijna Kerstmis. Binnenkort, bijvoorbeeld. Nu, wanneer het exact 'bijna Kerstmis' is, dat is voor interpretatie vatbaar, maar wat vanaf september onweerlegbaar vast te stellen is, is dat het kouder wordt.
Het is natuurlijk een jaarlijks fenomeen, dat kouder worden, maar ik heb niettemin al enkele jaren de indruk dat het algemeen een pak kouder wordt, ook op vlakken die Frank Deboosere minder aangaan. De politiek dreigt te vervreemden, verstarren en zelfs verkillen, want het geld zit krap. De 'Godzilla-El Niño' maakt het klimaat weer een paar procentjes extra apocalyptisch. Artificiële intelligentie vervangt met rasse schreden de warme schoonheid van imperfecte menselijke creatie. Fatbikes bestaan. Boven op al die rampen staat er - hoe je het ook draait of keert - een energiecrisis te wachten die het voor ons allemaal op zijn minst "boeiend" zal maken. Het wordt kouder, dat voel je.
Dit alles zorgt dat ook onderling de verbindingen wat verkoelen, zeker met mensen die we niet kennen. Ik merk zelf, wanneer ik vandaag te veel nieuws consumeer, dat ik automatisch een wantrouwige koelte voel opkomen tegenover 'de mens'. Een bitter soort Ebenezer Scrooge, maar dan in oktober, en zonder drie kerstgeesten om mij op mijn cynisme te wijzen.
En toch heb ik de afgelopen twee en een half jaar meer en meer de indruk dat ik tegen die nakende kou opgewassen ben. De meest voor de hand liggende rol daarin wordt gespeeld door mijn gezin. Als echtgenoot en als vader - van twee piepjonge dropjes - heb ik niet alleen objectief minder tijd om te doomscrollen door de actualiteit, ze geven mij in essentie zelfs dagelijks duizend redenen om dat niet te doen. Mijn verantwoordelijkheid ligt erin om met hen bezig te zijn, niet met wat een of andere supervolwassen wereldleider … soit.
De tweede factor is mijn job. Ik hoor u denken: "Weer zo'n slijmerig voorgekauwd hr-praatje." Het interesseert mij niet, ik ga het toch zeggen.
El Niño kan het asfalt doen barsten van de kou of van de hitte, in het provinciehuis is het altijd goed weer. Geothermisch, en dankzij een stroom aan hernieuwbare initiatieven, dus bijna volledig los van het inmiddels uitgeputte energienet. Waar veel bedrijven elkaar omverlopen in de race naar een ijskoude, louter hyperefficiënte automatisering, blijft de provincie ook nog tijd steken in haar mensen, in het elkaar goed leren kennen, in projecten samen tot een goed einde brengen. Door de sterke visie op personeel is de provincie tot de nok gevuld met geïnteresseerde, gedreven en menselijke mensen.
Als programmeur spendeer ik even veel tijd met Minerva als met de vrucht van mijn lendenen, dus is het wel een meevaller dat ik dat provinciehuis echt als een provincie-thuis kan ervaren. Het wordt een pak kouder buiten. Maar bij de provincie zit ik warm.
“El Niño kan het asfalt doen barsten van de kou of van de hitte, in het provinciehuis is het altijd goed weer.”

Nic De Houwer
Programmeur
Departement ICT
Wil ook jij je blik op een grote of kleine gebeurtenis delen met je collega’s? Vertel het aan je communicatiecollega of stuur een mailtje naar proviant@provincieantwerpen.be.